Oproep editie 2012

Een nieuwe editie van de Prijs Belgische Ontwikkelingssamenwerking is gelanceerd. Deze oproep is open tot 31 maart 2011. U kan in het reglement lezen of u in aanmerking komt voor deelname.

Ik wil me kandidaat stellen

Analyse van het Programma Afschaffing van Vrije Begrazing /Gevalstudie in een dorp in Tigray, Ethiopië

Lutgart LENAERTS student laureaat
lutgart.lenaerts@gmail.com

°1982 België
Bio-ingenieur in het Land- en Bosbeheer, 2005

Analysis of the free grazing abandonment programme/A case study in a village in Tigray, Ethiopia

Ethiopië bezit de grootste veestapel in Afrika. De studie die Lutgart Lenaerts voorstelt concentreert zich op de hooglanden van Tigray, een streek met een hoge bevolkingsdichtheid en waar veeteelt een belangrijke bron van inkomsten uitmaakt voor de boerenbevolking. Sinds de jaren '80 neemt de productiviteit van de veeteelt in de regio echter af. Aangezien de grond staatseigendom is geworden, hebben de boeren gebruiksrecht op zeer versnipperde stukken grond. In die omstandigheden aarzelen ze om te investeren in technieken voor conservering van bodem en natuurlijke rijkdommen.
Sinds 2004 is er een groots project van start gegaan: het "Free Grazing Abandonment" programma, onder de auspiciën van het Ministerie van Landbouw en Natuurlijke Rijkdommen. Hiermee wil men landbouwers ontmoedigen weilanden te gebruiken, gebaseerd op de 'vrije toegang' van deze gronden. Men probeert zo de overbegrazing te verminderen evenals de aantasting van de bodems door, als prioritaire maatregel, 'verbods'zones aan te leggen, gecontroleerd door dorpswachten, maar ook door een reductie van het aantal vrij rondlopende dieren, voornamelijk in het droge seizoen, door de productie van (struik)voeder en de promotie van veeteelt in stallen.
De situatie van het milieu in de regio rechtvaardigt een staatsinterventie. Lutgart Lenaerts toont echter aan dat het project technisch weinig adequaat lijkt te zijn en in ieder geval onvoldoende complex om de verschillende moeilijkheden in te schatten waarmee de veehouders te kampen hebben bij hun beslissing om al dan niet de nieuwe maatregel te aanvaarden. Daarbij komt nog dat het project, door zijn obligaat en autoritair karakter, de ongelijkheden tussen de families binnen eenzelfde dorp versterkt door het toekennen van natuurlijke rijkdommen aan 'model'landbouwers, die überhaupt al het rijkst zijn.
Aan de hand van een opmerkelijk uitgevoerde gevalstudie onder de verschillende veehouders van het dorp, kan de auteur uitleggen dat het project feitelijk mislukt is. Het weideverbod wordt door de bevolkingsgroepen niet gerespecteerd en als er al participatie is, gebeurt deze op fictieve basis, doordat ze afhankelijk is van een buitenlandse NGO-interventie of men in de hoop leeft een per diem, voedsel of zaaigoed te bemachtigen, of omdat men trouw wil blijven aan de dominerende partij. De analyse die gemaakt wordt van het personage van bewaker van de zones met weideverboden is daarenboven bijzonder genuanceerd en leerzaam. Ze toont aan hoe het project dit personage tot een tweeslachtig individu maakt, in de mate waarin deze landbouwer een soort van politieagent wordt voor zijn eigen broers, in de hoop voor dit werk via de organisatoren van het project een bescheiden salaris te ontvangen, wat uiteindelijk toch nooit zal komen.
Kortom, een opmerkelijke gevalsstudie die berust op een dubbele kennis, van zowel de zoötechniek, het weilandbeheer en de strijd tegen erosie, als van de tot in de puntjes beheerste socio-antropologische analyses over het onderwerp. Met bovendien een heldere, alerte en gebalde schrijfstijl, is dit een kwaliteitswerk dat verdient gelezen te worden.
 

verslag: Prof. P.-J. Laurent, Laboratorium voor Prospectieve Antropologie, Université Catholique de Louvain, Louvain-la-Neuve