Oproep editie 2012

Een nieuwe editie van de Prijs Belgische Ontwikkelingssamenwerking is gelanceerd. Deze oproep is open tot 31 maart 2011. U kan in het reglement lezen of u in aanmerking komt voor deelname.

Ik wil me kandidaat stellen

De handel in tropisch hout: wat staat er op het spel op socio-economisch vlak? Een internationaal antwoord: de FLEGT. Het geval Kameroen

Cindy LOPES-BENTO student laureaat
clbento@gmx.net

°1981 Luxemburg
Licentie in commerciële en consulaire wetenschappen, Institut Catholique des Hautes Etudes Commerciales, Brussel, 2005

Les enjeux socio-économiques du commerce du bois tropical. Une réponse internationale : le FLEGT. Cas du Cameroun

De problematiek van het gebruik van tropisch hout is complex. Veel tropische soorten zijn duurzaam, sterk, hard, hernieuwbaar én mooi. Ze bezitten daarom unieke economische troeven. Spontaan echter wordt de vraag gesteld in hoeverre exploitatie van tropisch bos bijdraagt tot de grootschalige vernietiging ervan. Terecht wordt ook wel eens de bedenking gemaakt of de handel voordelig is voor de plaatselijke bevolking die in en rond het bos leeft. Een maatschappelijk debat hierover wordt al enkele tientallen jaren gehouden met wisselende hevigheid.
De economische waarde van tropisch hout wordt door bijna iedereen erkend, maar er heerst even grote unanimiteit dat paal en perk gesteld dient te worden aan illegaal kappen, roofbouw en bosvernietiging. Er wordt gestreefd naar een handel met wederzijds voordeel en men wil af van een situatie waar exploitanten voor enkele euros per woudreus waardevolle stammen kopen van de plaatselijke bevolking. In de praktijk is er echter nog een lange weg af te leggen. De obstakels zijn gekend: corruptie, illegaal en ongecontroleerd kappen, diefstal, …
Tropisch hout is een materiaal dat zich als geen ander leent tot duurzame productie in de meest concrete en meest letterlijke betekenis van het woord: een voortdurende, ononderbroken opbrengst. Economische ontwikkeling kan maar duurzaam worden genoemd indien ze gebaseerd is op duurzaam geproduceerde goederen zoals hout. Bomen produceren inderdaad hout zolang ze leven en als enkele grote bomen op een oordeelkundige manier uit een bos weggenomen worden, wordt hun plaats in het ecosysteem vrij snel ingenomen door jongere exemplaren. Dat is in het tropische regenwoud niet anders dan in een gematigd of boreaal bos. Het grote verschil is dat de waardevolle tropische soorten vrij schaars vertegenwoordigd zijn. Om die reden is het absoluut noodzakelijk om de grootste voorzichtigheid aan te dag te leggen bij een exploitatie. Puur technisch is duurzame productie van tropisch hout dus heel wat moeilijker dan in gematigde streken. De grootste problemen zijn echter sociologisch en juridisch van aard.
Minder en minder is de eindgebruiker echter bereid om hout te gebruiken waar de oorsprong niet van gekend is of waar geen zekerheid heerst over duurzame productie. Internationaal bestaan een aantal initiatieven die tegemoetkomen aan de groeiende bezorgdheid over verantwoorde bosexploitatie. Er is de CITES conventie die de handel regelt in bedreigde soorten. Er is ook de FSC certificering en gelijkaardige protocollen van keuring van productie, handel en verwerking. Verder bestaat er een actieplan van de Europese Commissie, FLEGT (Forest Law Enforcement Governance and Trade) gericht op het installeren van duurzaam bosbeheer en de strijd tegen illegale trafiek van tropisch hout.
Cindy Lopes Bento heeft voor het geval Kameroen de socio-economische context onderzocht van de houtsector. Ze heeft langdurige en intensieve stages gelopen in Kameroen en in het Wereldnatuurfonds (WWF), afdeling België, die zich als NGO geweldig inzet voor een verantwoord houtgebruik. De studie geeft eerst een overzichtelijke situatieschets van de bosbouwsector in Kameroen. Er wordt op zoek gegaan naar de moeilijkheden die het invoeren van een actieplan gericht op duurzaam bosbeheer ondervindt. Er worden vervolgens aanbevelingen gegeven voor de verbetering van elk van de betrokken instanties in de handelsketting. Er wordt terdege rekening gehouden met de moeilijkheden waar producenten en uitvoerders mee kampen, maar ook met de economische, sociale en milieu-impact. De studie is zeer degelijk en grondig en is bijzonder relevant voor de ontwikkelingssamenwerking.
 

verslag: Dr. Hans Beeckman, Laboratorium voor Houtbiologie en Xylarium, Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, Tervuren