Oproep editie 2012

Een nieuwe editie van de Prijs Belgische Ontwikkelingssamenwerking is gelanceerd. Deze oproep is open tot 31 maart 2011. U kan in het reglement lezen of u in aanmerking komt voor deelname.

Ik wil me kandidaat stellen

De wetgeving aangaande delinquente kinderen in Congo (1950). Een geval van aangeboren ineffectiviteit

Raoul KIENGE-KIENGE INTUDI student laureaat
r.kiengekienge@student.drt.ucl.ac.be

°1968 Congo (DRC)
Licentie in de rechten, Université de Kinshasa, Congo (DRC), 1990

La législation sur l’enfance délinquante au Congo (1950). Un cas d’ineffectivité congénitale

Het werk van Raoul Kienge-Kienge heeft betrekking op de wetgeving aangaande de delinquente jeugd in Congo. Het kroonprinselijk decreet van 6 december 1950, nog steeds in voege, maakt vandaag deel uit van een ontwerp van hervorming. Het uitgangspunt van de lopende hervorming is dat het decreet, dat dateert uit de koloniale periode, verouderd is en totaal onaangepast aan de politieke, economische en sociale context van de huidige Congolese maatschappij. Het werk van Dhr. Kienge-Kienge draagt bij tot de hervorming, met het oog op het verhogen van de slaagkansen ervan en het wegnemen van de illusies die ermee verbonden zijn. Vooraleer deze juridische normen, die voortspruiten uit de kolonisatie en klakkeloos werden ingevoerd, te hervormen is immers een evaluatie nodig van de manier waarop ze zijn opgebouwd en toegepast en van de voorstellingen die zij die ze toepassen ervan hebben. (Het doel is te weten te komen welke plaats deze normen in de praktijk innemen).
De auteur bewijst, op een rigoureuze en overtuigende manier en gesteund op een doorgedreven genealogische analyse, dat de huidige wetgeving, in de procedure van haar goedkeuring en in haar tekst, al de tekens vertoont van een ineffectiviteit, die hij mooi beschrijft als “aangeboren”. De hypothese van de verouderde staat, die laat vermoeden dat het decreet, bij zijn goedkeuring, kon worden aangepast aan de sociale realiteit van Belgisch Congo, wordt op die manier ontzenuwd. Het decreet is overhaast aangenomen, en daarna, paradoxaal genoeg, gedurende verscheidene jaren opgeschort. Het scheert verwaarloosde en delinquente kinderen over één kam en probeert er zich tegen te beschermen door maatregelen van sociale beveiliging. De magistratuur van de delinquente kinderen wordt er toevertrouwd aan een functionaris zonder kwalificaties, zonder assistentie en zonder de infrastructuur waar hij de opvoedende maatregelen die hij wordt gevraagd te verordenen, kan laten uitvoeren. Een dubbele functie van profilering beheerst in feite een wetgeving waarvan de toepassing nog helemaal niet heeft geleid tot bezorgdheid: men wil België positioneren als pionier van de kinderbescherming in Centraal-Afrika in de ogen van de Verenigde Naties én, met betrekking tot de veiligheid, een duidelijke respons bieden aan de kolonialen en aan de commerciële koloniale bedrijven. Beiden zijn immers bezorgd over de groei van de zwarte bevolking in de steden.
Vandaag meer dan ooit vormt het lot van de “straatkinderen” een uitdaging voor de Democratische Republiek Congo en voor haar ontwikkeling. Deze vaststelling moet worden veralgemeend naar de andere oud-kolonies van Afrika. Wil men zich moeite getroosten om het decreet te hervormen, dan is het belangrijk te breken, mutatis mutandis, met de functies van profilering en met de hinderpalen voor de effectiviteit, zoals voorgesteld in de studie van Dhr. Kienge-Kienge. Het is, integendeel, belangrijk voorrang te geven aan een offensieve sociale politiek (gericht op het verbeteren van de levensomstandigheden van de betrokken bevolkingen), boven een defensieve strafrechtelijke politiek, gericht tegen de toekomstige generaties van het land. In het licht van het gelauwerde werk, kan de uitdaging van de hervorming worden vervat in één eenvoudige vraag (met een moeilijk antwoord), een vraag die moet worden gesteld voor vele landen in sub-Saharaans Afrika: hoe kan men een rechtspraak voor minderjarigen opbouwen, die bijdraagt tot zowel de bescherming van de kinderen als de ontwikkeling van de maatschappij?

verslag door Prof. Dr. D. Kaminiski, Departement criminologie en strafrecht, Université Catholique de Louvain-la-Neuve