Oproep editie 2012

Een nieuwe editie van de Prijs Belgische Ontwikkelingssamenwerking is gelanceerd. Deze oproep is open tot 31 maart 2011. U kan in het reglement lezen of u in aanmerking komt voor deelname.

Ik wil me kandidaat stellen

Imperfecte markten en arbeidsmotivatie. Een casestudie in Senegal

Marijke VERPOORTEN student laureaat


°1977 België
Licentie in de economische wetenschappen, Katholieke Universiteit Leuven, 2000

Imperfecte markten en arbeidsmotivatie. Een casestudie in Senegal

Marijke Verpoorten bestudeerde een project van VECO (Vredeseilanden-Coopibo) in Senegal. Het project draait om een irrigatiesysteem dat enkele jaren geleden overdragen werd aan een lokale organisatie. Dammen en een pomp leveren water aan 33 velden, waarvan één een soort proefveld. Hiervan profiteren 28 gezinnen, georganiseerd in een coöperatieve. In het dorp zijn er nog een aantal andere met mekaar verbonden initiatieven, maar de irrigatie is in principe de centrale activiteit die voor inkomsten moet zorgen. De cöoperatieve zorgt voor de verkoop van de opbrengst en levert inputs en andere diensten aan de betrokken gezinnen. Er zijn ook regels die zorgen voor arbeid op het proefveld, voor de verdeling van de opbrengsten, enz. De laatste jaren bleek de opbrengst echter sterk gedaald te zijn. Verder bleken er grote verschillen in opbrengst te bestaan tussen de velden, hoewel ze in principe van dezelfde grote en vergelijkbare kwaliteit zijn. Via een uitgebreide enquête onderzocht Marijke Verpoorten de redenen voor de evolutie in de tijd en de verschillen tussen de velden.
Na haar veldwerk weerhield zij een aantal hypothesen. O.a. dat de problemen te maken hadden met toegang tot de juiste inputs, zoals zaad of arbeid, en ook dat er een probleem lag bij de slechte organisatie van de coöperatieve zodat mensen niet bereid waren voldoende hard te werken op de collectieve velden. Zij gebruikte theoretische modellen om deze hypothesen duidelijk te karakteriseren en econometrische technieken om statistisch te discrimineren tussen hypothesen.
Na zorgvuldig statistisch onderzoek, kon zij concluderen dat de voornaamste reden voor de verschillende opbrengsten op de velden te maken had met arbeid: sommige gezinnen konden op de cruciale momenten niet voldoende arbeid inzetten om een optimale opbrengst te kunnen garanderen. Het probleem was niet dat er geen arbeiders te vinden waren, maar dat de coöperatieve te laat betaalt, zodat er geen baar geld is om de arbeiders te betalen. In principe zou de coöperatieve door krediet te geven vóór de oogst dit probleem kunnen oplossen.
Maar het probleem is echter fundamenteler. De coöperatieve heeft geen cash reserves omdat zij een banklening heeft moeten aangaan om herstellingen uit te voeren aan de pomp. Het probleem ligt dus in een niet-aangepaste technologie: de pomp vereist geregeld dure herstellingen, en leningen zijn nodig om deze te kunnen betalen. De terugbetalingen zorgen ervoor dat er geen middelen zijn om voorschotten te geven.
De algemene conclusie is dan ook voorzichtig negatief. Was een irrigatiesysteem met moderne technologie en grote risico's indien er iets fout loopt echt de beste investering voor dit dorp? Heeft men deze risico's niet onderschat, zodat de duurzaamheid van het project ondermijnd werd? In elk geval leert het werk van Marijke Verpoorten dat goed economisch wetenschappelijk werk, ook rond ontwikkelingslanden, van ontzettend grote waarde kan zijn om nuttige inzichten te krijgen.

verslag door Prof. Dr. Stefan Dercon, Centre for the study of African economies, Jesus College, Oxford