Oproep editie 2012

Een nieuwe editie van de Prijs Belgische Ontwikkelingssamenwerking is gelanceerd. Deze oproep is open tot 31 maart 2011. U kan in het reglement lezen of u in aanmerking komt voor deelname.

Ik wil me kandidaat stellen

« Sendwe Mining », Socio-antropologie van het sociale gebeuren in het ziekenhuis in Lubumbashi (DR Congo)

Aimé KAKUDJI KYUNGU researcher laureaat
aimekakudji@gmail.com

°1970 Democratische Republiek Congo
Doctoraat in de Politieke en Sociale Wetenschappen, Université Libre de Bruxelles, 2010

« Sendwe Mining », Socio-Anthropologie du Monde Social de l’Hôpital à Lubumbashi (RD Congo)

Het Sendweziekenhuis is, in zijn hoedanigheid van publieke ziekenhuisstructuur, een referentie voor de provincie Katanga. De kandidaat heeft dit ziekenhuis gekozen als locatie voor zijn onderzoek over de manier waarop wordt onderhandeld over medische zorgen. Hij heeft er verschillende maanden doorgebracht en verzorgenden of ander ziekenhuispersoneel, patiënten en/of hun familieleden geobserveerd en geïnterviewd. De auteur gebruikt zijn observaties van specifieke patiëntencasussen, en de inhoud van de interviews om de verhoudingen tussen verschillende actoren die betrokken zijn in de relatie verzorgende-patiënt kwalitatief te analyseren.
Het Sendweziekenhuis heeft een gebrekkige infrastructuur en mist structuur. De patiënten zelf behoren grotendeels tot de meest kwetsbare lagen van de bevolking en zijn niet in staat om allerlei kosten te dragen.
De auteur wijst op de gelijkenis tussen de interacties en spanningen onder ziekenhuispersoneel en patiënten en deze onder ambtenaren en burgers. Voor wat betreft het ziekenhuis, echter, kan van deze interacties leven of dood van de patiënten afhangen. De zorgverstrekkers staan onder velerlei druk: zij moeten o.a. instaan voor een optimale verzorging van de patiënten, ondanks de lacunes in het systeem, én tegelijkertijd hun inkomen zeker stellen. Deze context verklaart deels de corruptieve praktijken die men terugvindt op alle interactieniveaus. Het gaat om een gezondheidssysteem met twee snelheden, waar de inbreng van de zorgkundigen beïnvloed wordt door de socio-economische status van de patiënten. We zien een goede behandeling met ‘wederkerigheid van gunsten’ wanneer de patiënt voldoende financiële middelen heeft of wanneer de verzorgenden en de patiënt tot hetzelfde sociale netwerk behoren. Dit staat dan tegenover een slechte behandeling of onverschilligheid, met ‘afpersing’ van de patiënten in het geval van een grote sociale afstand tussen zorgkundigen en patiënten. Men houdt ook rekening met andere criteria: het kan zijn dat een patiënt wordt verantwoordelijk gesteld voor zijn ziekte (bijv. bij een seksueel overdraagbare aandoening). De patiënt kan ook zogezegd voor dood worden binnengebracht. Zelfs al zijn de patiënten, op hun beurt, in staat om een onderscheid te maken tussen de ‘goede’ en de ‘slechte’ verzorgenden en bouwen zij een relatie op met de zorgverstrekkers of ontwikkelen ze zelfs een bepaalde medische kennis tijdens hun lang aanslepende verblijven in het ziekenhuis, toch heeft dit slechts een beperkte weerslag op de kwaliteit van de zorgverstrekking.
De patiënt wordt ook gefnuikt in zijn rechten. Aangezien er vaak verschillen bestaan in de interpretaties van of de kennis over pijn, behandeling en genezing tussen zorgverstrekkers en patiënten, verdringen de zorgverstrekkers uiteindelijk met hun ‘professioneel’ referentiesysteem het ‘profane’ systeem van de patiënten. De rol van de patiënt wordt hierbij herleid tot deze die hem is opgelegd door de medische staf en hij moet zich onderwerpen aan de professionelen. Daarbij komt nog dat de patiënten botsen op een muur van stilte wanneer het over de diagnose of de vooruitzichten van hun ziekte gaat.
Ondanks het specifieke karakter van het onderzoeksterrein zijn de verhoudingen tussen zorgverstrekkers en patiënten zoals we die zien in het Sendwe ziekenhuis typerend voor andere ziekenhuisinstellingen in het land en zelfs in Afrika. De ziekenhuizen worden er verwaarloosd door de overheidsinstanties en het ziekenhuispersoneel heeft er de touwtjes in handen, zonder enige vorm van tegengewicht. Dr. Kakudji Kyungu’s benadering – een socio-antropologisch onderzoek in een ziekenhuismilieu – is ongebruikelijk. Zijn werk toont echter aan dat een gelijkaardige studie waardevolle elementen kan opleveren voor hervormingen in de manier waarop ziekenhuizen en de zorgsector in Afrikaanse landen worden beheerd. Men kan zich hierbij spiegelen aan wat gebeurt in Westerse ziekenhuizen, bijvoorbeeld door een nauwere betrokkenheid van de civiele maatschappij en meer expliciete protocollen of reglementen.

 

Verslag: Prof. K. Mubagwa, Faculteit Geneeskunde, Katholieke Universiteit Leuven