Oproep editie 2012

Een nieuwe editie van de Prijs Belgische Ontwikkelingssamenwerking is gelanceerd. Deze oproep is open tot 31 maart 2011. U kan in het reglement lezen of u in aanmerking komt voor deelname.

Ik wil me kandidaat stellen

Dynamiek en materialisatie in de marge tussen de openbare en private ruimten in de Mwanzaregio, Tanzania

Katrien VAN UYTSEL student laureaat
katrienvanuytsel@hotmail.com

°1983 België
Burgerlijk ingenieur - architectuur, Katholieke Universiteit Leuven, 2006

Dynamics and materialisation in the margin between public and private spaces in Mwanza Region, Tanzania.

In het kielzog van haar voorgangers werpt Katrien Van Uytsel zich op een originele problematiek, namelijk het belang en de ervaring van de talrijke ‘lege’ ruimten die zich voordoen tussen de bebouwde territoria, zeer kenmerkend voor de centrale regio’s in Afrika.
Eerst en vooral heeft ze de bestaande werken over het betreffende thema perfect uitgepluisd en heeft ze er de elementen uitgehaald die werkelijk essentieel zijn voor haar aanpak. Ze zorgt ervoor dat ze bij het behandelen van de verschillende aspecten zo duidelijk en selectief mogelijk is, vooral wat de woordenschat betreft, om zo de ruwe benaderingen, ja zelfs dubbelzinnigheden van deze - zeker in het begin - tamelijk abstracte materie te beperken.
Vervolgens situeert ze erg goed de context die eigen is aan de bestudeerde regio, die overheerst wordt door een redelijk belangrijke stad (toch in termen van bevolking), en motiveert ze zo de keuze van de zeer uiteenlopende gebieden die ze heeft bestudeerd, gaande van het stadscentrum tot de landelijke buitenwijken (die echter wel voorzien zijn van een nabijgelegen hoofdweg).
Daarna doorloopt ze nauwgezet elk van de bestudeerde plaatsen, waarbij ze haar visuele observaties maar ook haar directe relaties benut (ondanks de afstand door de taal en haar herkomst) om de specifieke eigenschappen te vatten die werkelijk nuttig zijn voor de doelstellingen die ze zich voor deze studie heeft opgelegd.
Ze gebruikt een uiterst nauwkeurige werkmethode en maakt zo een diepgaande analyse, eerst relatief beschrijvend maar al gauw wordt die vooral interpretatief. Ze gaat snel over tot het opbouwen van meer theoretische, originele en erg persoonlijke concepten, die ze vergelijkt met haar leesvoer van in het begin.
Het diepgaande onderzoek dat ze doet over de zichtbare vs. de onzichtbare, de publieke vs. de private realiteit, is van groot belang. Haar werk is echter vooral van belang omdat ze de progressieve veranderingen probeert te identificeren, wat betreft het (de facto) statuut en het gebruik van deze ruimten die nergens echt bij te klasseren zijn en nu ergens tussenin vallen.
Ze heeft zichzelf een buitengewone uitdaging opgelegd aangezien ze een problematiek behandelt die tegelijkertijd erg onbekend, complex en redelijk abstract is, en bovendien nog steeds terra incognita is. Maar ze slaagt erin een nauwgezette analyse voor te stellen/op te bouwen, om daarna op een erg geschikte en diepgaande manier haar persoonlijke bijdrage te conceptualiseren.
Haar werk is des te verdienstelijker aangezien ze een problematiek behandelt die vitaal is voor het grootste deel van de betrokken bevolking, maar die de verantwoordelijken voor ‘ontwikkeling’ over het algemeen nauwelijks kennen. Deze tussenzones worden door hen als ‘marginaal’ of zelfs ‘abnormaal’ of gewoonweg ‘gevaarlijk’ beschouwd.
Haar werk leest als een boek, zowel de inhoud als de vorm is vlot, aantrekkelijk en interessant.
 

verslag: Prof. P. Frenay, Departement BATiR, Faculteit Toegepaste Wetenschappen, Université Libre de Bruxelles