Oproep editie 2012

Een nieuwe editie van de Prijs Belgische Ontwikkelingssamenwerking is gelanceerd. Deze oproep is open tot 31 maart 2011. U kan in het reglement lezen of u in aanmerking komt voor deelname.

Ik wil me kandidaat stellen

Evaluatie van de resistentie van zestig elite maïsgenotypen uit de hooglanden aan het Maïs Rayado Fino Virus

Anneleen VANDEPLAS student laureaat
anneleen@vandepas.be

°1981 België
Bio-ingenieur landbouwkunde, Katholieke Universiteit Leuven, 2003

Evaluation of Sixty Highland Elite Maize Genotypes for Resistance to Maize Rayado Fino Virus

De scriptie van Anneleen Vandeplas kadert in een project van het CIMMYT, het Internationale Centrum voor Maïs- en Tarweveredeling in Texcoco te Mexico. Dit centrum streeft naar een stabiele oogst voor de kleine boer in de tropen en ontwikkelt via klassieke veredelingsmethoden maïs- en tarwevariëteiten met goede landbouwkundige eigenschappen, een hoge opbrengst en resistentie tegen ziekten en plagen. De maïsopbrengsten in de streek rond Texcoco in Mexico zijn erg laag en variëren van 200 kg tot 1500 kg/ha voor regengevoede maïs en van 3000 kg tot 4000 kg voor maïs die geïrrigeerd wordt. Ter vergelijking: de gemiddelde maïsopbrengst in België bedraagt 8000 tot 9000 kg/ha. Indien de kleine boeren toegang krijgen tot het door CIMMYT geproduceerde kwaliteitszaaigoed, kan hun opbrengst en dus hun levensstandaard gevoelig verhogen.
Het Maïs Rayado Fino Virus kan bij maïs oogstverliezen tot 100% veroorzaken in de hooglanden van Mexico en elders in Centraal-Amerika. Het virus vormt samen met twee mollicuten (een soort celwandloze bacteriën) een ziektecomplex dat het maïs-dwerggroei complex wordt genoemd. De drie pathogenen worden overgedragen van zieke naar gezonde planten door een klein insect, de maïscicade Dalbulus maidis. Het CIMMYT heeft tegen de twee mollicuten al bruikbare resistentiebronnen gevonden, maar dit is nog niet gebeurd voor het virus. Daarom werden in dit onderzoek veldproeven en serreproeven aangelegd met 60 maïsgenotypen die besmet werden met het Maïs Rayado Fino Virus om zo mogelijke bronnen van resistentie op te sporen. Zowel in veld- als serreproeven werd er één maïsgenotype gevonden, CML 459, met een goede resistentie tegen het virus. Dit genotype kan een waardevolle bron van resistentie zijn voor gebruik in veredelingsprogramma’s.
Om de relevantie van het onderzoeksproject voor de kleine boeren in de hooglanden van Mexico na te gaan, heeft Anneleen in het kader van haar scriptie interviews afgenomen bij 9 lokale boeren. Uit de interviews bleek dat de boeren een algemeen gebrek aan inzicht hadden in de verschillende ziekten en plagen die maïs kunnen aantasten. Symptomen van het dwerggroeicomplex bij maïs werden door de boeren toegeschreven aan droogte of luchtvervuiling. Anneleen Vandeplas komt tot de conclusie dat de bestaande nationale en lokale veredelings- en voorlichtingsprogramma’s weinig efficiënt functioneren en dat er meer menselijk en financieel kapitaal moet worden geïnvesteerd in voorlichting van kleine boeren. Pas als zij de noden van hun gewassen kunnen identificeren, zullen zij de juiste beslissingen in verband met ziektebestrijding kunnen nemen en het belang van veredelde variëteiten inzien.
 

verslag door Prof. Dr. M. Höfte, Vakgroep Gewasbescherming, Universiteit Gent