Oproep editie 2012

Een nieuwe editie van de Prijs Belgische Ontwikkelingssamenwerking is gelanceerd. Deze oproep is open tot 31 maart 2011. U kan in het reglement lezen of u in aanmerking komt voor deelname.

Ik wil me kandidaat stellen

Het effect van het Ayamé stuwmeer (Ivoorkust), op de verspreiding en de voedingsecologie van Mormyridae vissen (Teleostei, Osteoglossiformes)

Essétchi Paul KOUAMELAN researcher laureaat


°1969 Ivoorkust
Maîtrise biologie, optie: dierkunde, Université Nationale de Côte d'Ivoire, 1991

L'effet du lac de barrage Ayamé (Côte d'Ivoire) sur la distribution et l'écologie alimentaire des poissons Mormyridae (Teleostei, Osteoglossiformes)

Deze studie kadert in een universitair ontwikkelingssamenwerkingsproject tussen de KULeuven en de Universiteit van Cocody (Abidjan), dat het effect van een hydro-electrische dam op het visbestand van de Bia rivier bestudeert. De dam werd in 1959 gebouwd en behoort tot de oudste van dit type op het Afrikaanse continent. De constructie van de stuw leidde tot het ontstaan van het stuwmeer van Ayamé dat ondanks zijn relatief kleine oppervlakte (197 km2), een belangrijk centrum voor lokale, commerciële visvangst is geworden met in 1996 een produktie van meer dan één ton. Sinds de bouw van de dam werd nooit eerder een gedetailleerde studie van het mogelijk effect ervan op het visbestand van de Bia rivier ondernomen en als dusdanig kunnen de resultaten van dit project als model dienen voor de talrijke andere stuwmeren in Afrika. De resultaten van het project dienen ook als basis voor het opstellen van een duurzaam beleid die de beschikbaarheid van vis als dagelijkse bron van dierlijke proteinen voor de lokale bevolking moet veilig stellen voor toekomstige generaties.
In dit deelonderzoek werd duidelijk aangetoond dat de bouw van het stuwmeer een significante invloed heeft gehad op de verspreiding van de radarvissen van de familie Mormyridae in de Bia rivier. Wat het voedselregime van de verschillende soorten van radarvissen betreft, werden ongeveer 1.400 specimens van de zes gekende soorten bestudeerd. Deze werden gevangen tijdens maandelijkse staalnames gedurende 24 maanden. Voor een aantal soorten werden belangrijke verschillen genoteerd tussen exemplaren afkomstig uit het stuwmeer en vissen uit de rivier zelf. Ook dit is een gevolg van de omgevingsfactoren, of, met andere woorden, van de bouw van de stuw. Tenslotte werden de trofische relaties tussen vijf soorten voorkomend in het stuwmeer bestudeerd: één soort vertoont tijdens zijn ontwikkeling een duidelijke voedingsstrategie, terwijl de andere soorten een zelfde regime aanhouden. Bij deze laatsten bleken echter per soort duidelijke voorkeursprooien te bestaan. Hierdoor wordt het mogelijk dat deze soorten kunnen samenleven in dit artificiële milieu van het stuwmeer.

verslag door Prof. Dr. Guy Teugels, Laboratorium voor vergelijkende anatomie en biodiversiteit, Afdeling systematiek en ecologie der dieren, Katholieke Universiteit Leuven